Wat is de IOAW uitkering?
De Wet Inkomensvoorziening Oudere En Gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers biedt een inkomensgarantie op minimumniveau aan oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers. De IOAW gaat - voor degenen die daar recht op hebben - in na afloop van de WW.
Wanneer heb ik recht op een IOAW uitkering?
De IOAW is gericht op oudere werkeloze werknemers. Meer specifiek zijn de belanghebbenden van de IOAW werknemers die bij aanvang van hun werkloosheid 50 jaar of ouder zijn en de loongerelateerde WW-uitkering reeds volledig hebben doorlopen.
Bovenstaande groep werknemers heeft alleen recht op een IOAW-uitkering indien het inkomen per maand van de werkeloze werknemer (en eventuele partner) minder bedraagt dan de grondslag. De grondslag die wordt gebruikt betreft het relevante sociale minimum, hetgeen o.a. afhankelijk is van aanwezigheid van partner en kinderen.
De hoogte van de grondslag is per 1 januari 2010:
- voor gehuwden en samenwonenden € 1.504,- per maand;
- voor alleenstaande ouders € 1.455,- per maand;
- voor alleenstaanden € 1.157,- per maand.
Hoe lang heb ik recht op IOAW?
De IOAW-uitkering gaat in nadat de WW-uitkering is gestopt en loopt in principe door tot 65-jarige leeftijd. Vanaf 65-jarige leeftijd ontvangt de werknemer AOW (van de Overheid) en pensioen (van voormalig werkgevers).
Het recht op de IOAW-uitkering eindigt in de maand waarin de werkloze werknemer 65 jaar wordt. Beëindiging van de uitkering kan echter eerder geschieden als:
- de werkloze werknemer, zijn partner of samen, met arbeid een inkomen verdienen boven de relevante grondslag;
- de ex-werknemer overlijdt;
- aan de werkloze werknemer een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend;
- een uitsluitinggrond van toepassing wordt, zoals het geval is bij emigratie;
- de werkloze werknemer niet ingeschreven staat bij het UWV WERKbedrijf (de verplichting om ingeschreven te staan geldt niet voor werknemers van 57,5 jaar of ouder);
- de werkloze werknemer passend werk weigert (wat passend werk is hangt af van de situatie, maar naarmate iemand langer werkloos is, zijn de eisen minder streng);
- de werkloze werknemer weigert deel te nemen aan een cursus of test waarmee de mogelijke kansen op werk worden vergroot.
Ontvangt de werkloze werknemer een IOAW-uitkering en houdt hij zich niet aan de opgelegde verplichtingen, dan kan de Sociale Dienst een zogeheten maatregel opleggen. De IOAW-uitkering wordt dan één of meer maanden met een bepaald percentage verlaagd.
De periode en het percentage van de verlaging hangen af van de ernst van de situatie. Indien de werkloze werknemer een aanbod van passend werk weigert, weegt dat bijvoorbeeld zwaarder dan te weinig solliciteren. Een zeer ernstige gedraging kan tot gevolg hebben dat de IOAW-uitkering tijdelijk wordt stopgezet.
Hoe hoog is de IAOW uitkering?
De IOAW-uitkering is bedoeld om iemand het relevante sociale minimum te garanderen. Hoe hoog dit is, hangt af van verschillende factoren (o.a. het inkomen van een eventuele partner en de aanwezigheid van kinderen). De uitkering zal veelal lager zijn dan de WW-uitkering.
In de onderstaande tabel staan - per leefsituatie - de maximale hoogte van de aanvulling per maand weergegeven:
Leefsituatie - Uitkering per maand
Gehuwden en samenwonenden - € 1.513,-
Alleenstaanden met een of meer kinderen - € 1.463,-
Alleenstaanden - € 1.164,-
Heb ik recht op IOAW als ik een ontslagvergoeding ontvang?
Tot voor kort was er veel onduidelijkheid of de gouden handdruk gekort mag worden op een IOAW-uitkering. Eind 2007 heeft staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een einde aan deze onduidelijkheid gemaakt.
Gouden Handdruk wordt niet gekort op IOAW
Vanaf april 2008 mogen uitkeringen uit een gouden handdruk of stamrechtbeding niet gekort worden op de IOAW-uitkering. Als de gemeente in uw geval een gouden handdruk heeft gekort op de IOAW, kunt u geld terugvragen. Dit doet u door te vragen om herziening van de uitkering over de periode vanaf 1 april 2005.
Voorheen lag de keuze in de handen van de gemeente die moest bepalen of een stamrecht al dan niet als inkomen werd beschouwd. De onduidelijkheid was ontstaan na een uitspraak door de Centrale Raad van Beroep (CRB) in 2005, die bepaalde dat stamrechtuitkeringen gezien moest worden als inkomen. De uitvoering van dit besluit werd echter niet door alle gemeenten strikt toegepast, waardoor verschil ontstond in de uitvoering van de IOAW. De uitspraak van de CRB is tenietgedaan door het besluit van de Staatssecretaris.